tv uitzending over de neonatologie

De documentaire ‘Als we het zouden weten’ van de Humanistische Omroep, die op het IDFA in première gaat, is genomineerd voor de Joris Ivens Award.

Programmamakers Petra Lataster-Czisch en Peter Lataster volgden maandenlang de kinderartsen en neonatologen op de afdeling neonatologie van het UMC in Groningen. Met grote betrokkenheid en toewijding behandelen deze mensen doodzieke pasgeborenen. Dat doen zij om te genezen, maar het is soms ook nodig om de dood van een ziek kind te bespoedigen.

De documentaire is de enige Nederlandse inzending voor de Joris Ivens Award, die op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) wordt uitgereikt.

Levensbeëindiging
De film volgt ze bij hun werk in een omgeving die aan een ruimteschip doet denken. De buitenwereld, het ritme van dag en nacht, de seizoenen bestaan niet meer. In deze zacht zoemende en bliepende capsule is alle aandacht van de medici gericht op de kleine, ‘buitenaardse wezentjes’ in hun couveuses.

De moderne, medische techniek geeft artsen steeds meer mogelijkheden. Maar juist hierdoor komen zij terecht in nieuwe en gevoelige ethische gebieden, zoals levensbeëindiging bij pasgeborenen.

Wilsonbekwaam
Vrijwel dagelijks worden ze geconfronteerd met dilemma’s die ons allen raken: kunnen we voor een wilsonbekwaam mens bepalen dat de kwaliteit van leven zo gering is dat het niet meer waard is om geleefd te worden? Wat is kwaliteit van leven? Mogen artsen daarover beslissen?

Nederlandse kinderartsen zijn de enige in de wereld die zich in het openbaar over deze gevoelige problematiek durven uit te spreken. En dat wordt ze niet overal in dank afgenomen.

‘Als we het zouden weten’ maakt deel uit van ‘Nederland scherpgesteld’, een documentairereeks van Human, onder redactie van John Appel, Peter Delpeut en Niek Koppen.

Het IDFA vindt plaats van 22 november tot en met 2 december in Amsterdam.

Bron: Redactie Human.nl

09 november 2007

buikligging

‘Baby moet vaker op de buik liggen’
Geplaatst op: 26-04-2007
Ouders doen er goed aan hun baby af en toe op de buik te laten liggen. Uit angst voor de wiegendood leggen ouders hun pasgeboren kind altijd op de rug. Hierdoor kan de schedel vergroeien en afvlakken. Het kind af en toe op de buik leggen terwijl je in de buurt blijft helpt dat voorkomen.
Dat stelt kinderfysiotherapeut Leo van Vlimmeren. Van Vlimmeren promoveert dinsdag aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Voor zijn onderzoek volgde de fysiotherapeut vierhonderd baby’s van de geboorte tot de eerste verjaardag.

Op een leeftijd van zeven weken is bij 22 procent van de kinderen de schedel goed zichtbaar vervormd. Dan kan de zij- of achterkant van de schedel platter zijn geworden. Ook kan het voorkomen dat de schedel scheef groeit. Dit komt volgens Van Vlimmeren doordat ouders hun kinderen bijna altijd, ook overdag, op de rug leggen om de kans op de wiegendood te verkleinen.

Van Vlimmeren adviseert ouders hun pasgeborene baby op verschillende manieren op te pakken en te dragen. Het zou goed zijn het kind afwisselend op de rechter- en de linkerarm te voeden. Ook adviseert Van Vlimmeren ouders om de baby, als hij wakker is, onder toezicht op de buik te leggen.

Dat kan al in de eerste week na de geboorte meerdere malen per dag. In het begin een paar minuten en vervolgens steeds langer, stelt de onderzoeker. Volgens het onderzoek heeft het verloop van de bevalling geen invloed op schedelvervormingen. Van de zes procent van de pas geboren baby’s die een scheefgegroeide schedel hebben, houdt slechts twee procent hier last van.

bron: bijzijn

liggende houding borstvoeding

Uit een onderzoek van de Canterburry Christ Church University onder veertig moeders blijkt dat het geven van borstvoeding in veel gevallen makkelijker verloopt als het liggend wordt gedaan in plaats van zittend.

Bortsvoeding_1

Veel vrouwen hebben moeite met het geven van borstvoeding en stoppen na een paar weken. Het lijkt erop dat bij de liggende houding meer reflexen van de pasgeboren baby worden aangesproken. De zuigelingen vertonen op de, voor het onderzoek gemaakte, video-opnamen bij de zithouding drie reflexen; het zoeken van de borst, het in de mond nemen van de tepelhof en het drinken uit de borst. Als de moeder liggend de borst geeft, worden nog veertien andere reflexen waargenomen. De baby’s zouden zelfs terwijl ze slapen gevoed kunnen worden. De onderzoekers adviseren moeders meer te experimenteren en te kiezen voor de manier die ze het meest comfortabel vinden.

bron:bijzijn

NIDCAP-behandeling voor couveusebaby’s valt tegen

NIDCAP-behandeling voor couveusebaby’s valt tegen
Geplaatst op: 07-05-2007
De afdeling neonatologie van het Leids Universitair Medisch Centrum is voorlopig gestopt met de complete NIDCAP-behandeling van couveusebaby’s.

Het verplegend en medisch personeel van het LUMC vond de methode tijdrovend. De ‘babynestjes’en de couveuzehoezen worden nog wel toegepast. Onderzoek van promovendus Sylvia van der Pal binnen het LUMC toont bovendien aan dat de methode minder duidelijke effecten heeft op de ontwikkeling dan naar aanleiding van Amerikaanse onderzoeken werd verwacht.

In het Leids Universitair Medisch Centrum werd vanaf 2000 een deel van de couveusebaby’s behandeld volgens de gedeeltelijke of complete, uit Amerika overgewaaide, NIDCAP-methode (Newborn Individualized Developmental Care and Assesment Programm). Verpleegkundigen die volgens deze methode werken, moeten de zorg meer afstemmen op het kind. Zo worden kinderen in diepe slaap bijvoorbeeld niet gestoord en ze krijgen een time-out tijdens de verzorging om even bij te komen. Ook wordt zoveel mogelijk de baarmoeder nagebootst door de toepassing van ‘babynestjes’ waarin kinderen in een gebogen houding liggen en worden de couveuses afgedekt met verduisterende en geluidswerende hoezen.

Kinderen die de complete NIDCAP-verzorging kregen, lieten op éénjarige leeftijd meer nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en plezier bij kleine taken zien dan kinderen die een normale behandeling hadden gehad. De resultaten uit Amerikaanse onderzoeken waren echter duidelijker. De couveusezorg is in Amerika anders geregeld dan in Nederland. In Nederland worden de couveusebaby’s bovendien al snel overgeplaatst naar regionale ziekenhuizen waar de speciale behandeling meestal niet wordt voorgezet.

klik hier!
Bron: Cicero: Leids Universitair Medisch Centrum

NIDCAP-behandeling voor couveusebaby’s valt tegen

NIDCAP-behandeling voor couveusebaby’s valt tegen
Geplaatst op: 07-05-2007
De afdeling neonatologie van het Leids Universitair Medisch Centrum is voorlopig gestopt met de complete NIDCAP-behandeling van couveusebaby’s.

Het verplegend en medisch personeel van het LUMC vond de methode tijdrovend. De ‘babynestjes’en de couveuzehoezen worden nog wel toegepast. Onderzoek van promovendus Sylvia van der Pal binnen het LUMC toont bovendien aan dat de methode minder duidelijke effecten heeft op de ontwikkeling dan naar aanleiding van Amerikaanse onderzoeken werd verwacht.

In het Leids Universitair Medisch Centrum werd vanaf 2000 een deel van de couveusebaby’s behandeld volgens de gedeeltelijke of complete, uit Amerika overgewaaide, NIDCAP-methode (Newborn Individualized Developmental Care and Assesment Programm). Verpleegkundigen die volgens deze methode werken, moeten de zorg meer afstemmen op het kind. Zo worden kinderen in diepe slaap bijvoorbeeld niet gestoord en ze krijgen een time-out tijdens de verzorging om even bij te komen. Ook wordt zoveel mogelijk de baarmoeder nagebootst door de toepassing van ‘babynestjes’ waarin kinderen in een gebogen houding liggen en worden de couveuses afgedekt met verduisterende en geluidswerende hoezen.

Kinderen die de complete NIDCAP-verzorging kregen, lieten op éénjarige leeftijd meer nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en plezier bij kleine taken zien dan kinderen die een normale behandeling hadden gehad. De resultaten uit Amerikaanse onderzoeken waren echter duidelijker. De couveusezorg is in Amerika anders geregeld dan in Nederland. In Nederland worden de couveusebaby’s bovendien al snel overgeplaatst naar regionale ziekenhuizen waar de speciale behandeling meestal niet wordt voorgezet.

klik hier!
Bron: Cicero: Leids Universitair Medisch Centrum

hielprik

De hielprik

In Nederland wordt bij baby’s kort na de geboorte bloed afgenomen met een hielprik. Dat bloed wordt nu onderzocht op drie aandoeningen. Bij vroegtijdige behandeling kan schade voor het kind beperkt worden.

1. phenylketonurie (PKU) (sinds 1974)
2. congenitale hypothyreoïdie (CHT) (sinds 1981)
3. adrenogenitaal syndroom (AGS) (sinds 2000)

Advies Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad adviseert nu om het bloed uit de hielprik op 15 aandoeningen meer te gaan onderzoeken.

De testmogelijkheden zijn namelijk sterk verbeterd. Ook zijn de behandelmogelijkheden, zoals door geneesmiddelen of diëten, uitgebreid. Een vroege diagnose betekent dat de behandeling binnen een paar dagen na de geboorte gestart kan worden, waarmee de negatieve gevolgen voor het kind beperkt kunnen blijven en behoorlijke gezondheidswinst behaald kan worden.

Staatssecretaris Ross onderzocht of het praktisch haalbaar is het aantal onderzoeken na een hielprik uit te breiden. Op 24 november 2005 heeft zij in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt het advies van de Gezondheidsraad over te nemen.

Het gaat om de volgende aandoeningen:
1. biotinidase deficiëntie
2. galactosemie
3. glutaar acidurie type I
4. HMG-CoA-lyase deficiëntie
5. holocarboxylase synthase deficiëntie
6. homocystinurie
7. isovaleriaan acidemie
8. long-chain hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie
9. maple syrup urine disease
10. MCAD deficiëntie
11. 3-methylcrotonyl-CoA carboxylase deficiëntie
12. sikkelcelziekte
13. tyrosinemie type I
14. very-long-chain acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie
15. cystische fibrose wordt in het screeningsprogramma opgenomen als er nieuwe, betrouwbare methoden beschikbaar zijn om CF aan te tonen.

Bron: © Stichting Erfocentrum 2001-2006 / Disclaimer
Het Erfocentrum is het Nationale Kennis- en Voorlichtingscentrum Erfelijkheid.

geselecteerd als gefixeerd bericht

welkom
Welkom op mijn infosite over de neonatologie.
Ik ben Agnes en werk 14 jaar op een high care neonatologie afdeling.
Via deze site wil ik informatie geven over allerlei zaken die je tegen kunt komen op een Neonatologie afdeling.( deze site is niet specifiek bedoelt voor ouders maar meer voor de beroepsgroep)
o.a ziektebeelden, ontwikkelingsgerichte zorg, borstvoeding.
Deze site is nog in ontwikkeling en moet nog verder aangevuld
Graag wil ik deze site verder uitbreiden met verpleegkundige protocollen.
kom dus even geregeld kijken voor nieuwe aanvullingen.

Let op: Alhoewel geprobeerd is uitsluitend betrouwbare informatie op deze
site te zetten, kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard of garantie
worden gegeven dat er geen onjuistheden in de informatie op deze site
voorkomen. U gebruikt de data op uw eigen risico.

meconium aspiratie

‘Prenatale diagnostiek moet op politieke agenda’

‘Prenatale diagnostiek moet op politieke agenda’

24 JUN 2006

AMSTERDAM – Op korte termijn komen nieuwe testen beschikbaar voor prenataal onderzoek. Dat maakt gerichtere diagnostiek mogelijk en kan het aantal onverwachte uitslagen van chromosoomonderzoek sterk terugdringen en moet een politiek agendapunt worden.

Dat zegt promovenda Myra van Zwieten van het AMC. ‘Zowel medici als beleidsmakers zullen belangrijke keuzes moeten maken over het doel van prenatale diagnostiek’, zegt de cultuurpsycholoog, die komende week promoveert op het onderwerp prenatale screening.
Targeted testing
Van Zwieten, werkzaam bij de afdeling Huisartsgeneeskunde in het AMC, doet in haar proefschrift verslag van een onderzoek naar de beste manier om onverwachte bevindingen in de prenatale diagnostiek te hanteren. Nieuwe testen maken het mogelijk veel gerichter te onderzoeken of een kind Downsyndroom heeft, of een andere ernstige afwijking, zoals trisomie 13 of 18. Invoering van deze zogeheten targeted testing voorkomt dat ouders voor een lastig dilemma komen te staan.
Richtlijnen 
Zwangere vrouwen boven de 36 jaar kunnen in Nederland prenataal onderzoek laten uitvoeren vanwege hun verhoogde kans op een kind met Downsyndroom (trisomie 21). De huidige technieken, vlokkentest of vruchtwaterpunctie, brengen echter ook andere chromosoomdefecten aan het licht, waarvan niet altijd duidelijk is wat de consequenties zijn voor het kind. Deze situatie plaatst ouders voor een moeilijke afweging en voor hulpverleners zijn er geen richtlijnen om hiermee om te gaan.
bron: www.nursing.nl

werking thorax

Werking van de thorax

De werking van de thorax (borstkas) kan vergeleken worden met die van een blaasbalg. Bij het openen van de blaasbalg (inademen) wordt de ruimte binnen in de blaasbalg (de longen) vergroot en stroomt er lucht van buiten naar binnen. De thorax wordt dus niet groter omdat er lucht naar binnengezogen wordt, maar er stroomt lucht naar binnen omdat de thorax vergroot wordt. Bij het uitademen trekken de borstspieren en het middenrif samen om de ruimte in de thorax te verkleinen en zo de luchtdruk in de longen te verhogen. Omdat lucht altijd van de hoogste naar de laagste luchtdruk stroomt, zullen de longen leegstromen.

inademenWerking_thorax

                     

                        

Bij het uitademen, het uitzetten en inkrimpen van de thorax, bewegen de longen mee. Om wrijving tussen de longen en thoraxwand te voorkomen zijn beiden beschermd door een vlies, de pleuravliezen. Tussen deze vliezen zit een dun vloeistoflaagje voor de smering. Een klein beetje onderdruk tussen de pleuravliezen zorgt ervoor dat deze met elkaar met elkaar verbonden blijven.

Uitademen 

Wanneer deze verbinding verbroken wordt door chirurgie, verwonding, beademing met te hoge drukken of spontaan, dan wordt de onderdruk tussen de vliezen opgeheven en kan de long inklappen (pneumothorax).

Thorax_1

Het doel van thorax drainage is de lucht en/of vloeistof tussen de pleuravliezen af te voeren via één of meerdere ingebrachte thoraxdrains en zo de gewenste situatie van onderdruk tussen de pleuravliezen te herstellen.

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.